Brandweercommandant van de korpsen in Flevoland en Gooi en Vechtstreek John van der Zwan is een van de twee voorzitters van de veiligheidsdirectie van de veiligheidsregio. Een gesprek over afstemmen en zorgen dat wat is afgesproken, ook gebeurt.

“Tijdens deze crisis is de veiligheidsdirectie regelmatig in overleg. Daarin schuiven politie, brandweer, GHOR en bevolkingszorg aan. Die overleggen hebben tot doel te zorgen voor afstemming tussen de verschillende diensten. Continuïteit waarborgen van alle initiatieven die in onze regio’s worden ontplooid, in beeld houden welke organisaties met welke zaken bezig zijn – dat is het doel.”

John van der ZwanHandhaven en ‘meenemen’

“Wat nu belangrijk is, is dat de structuur die we hebben afgesproken, blijft functioneren. Het gaat er nu echt om dat we de koppeling houden tussen de twee verzorgingsgebieden aan de ene en alle betrokken organisaties aan de andere kant. De zorg vindt zo gestructureerd mogelijk plaats. Maar we hebben te maken met richtlijnen vanuit Den Haag, die in de regio’s geïmplementeerd moeten worden. Worden die nageleefd? Leidt niet-naleving in de praktijk tot bedreigende situaties? Hoe regelen we optimaal dat we toezien op naleving? Dat zijn vragen die bij ons aan de orde komen. Evenzeer is ons belang om de democratische borging van alle uitzonderlijke maatregelen goed te regelen. De twee voorzitters van de veiligheidsregio’s Broertjes en Weerwind hebben verregaande mandaten. Maar het is noodzakelijk om alle burgemeesters van onze dertien gemeenten mee te nemen, alle raden ook. Dat is nieuw, dat hebben we in de ‘koude tijd’ niet geoefend, dat is ook nauwelijks te doen. Maar het werkt steeds beter. We werken zowel in Flevoland als in Gooi en Vechtstreek met raadsinformatiebrieven vanuit het Regionaal Beleids Team (RBT): de ‘blauwe kolom’ en de ‘rode kolom’ – politie en brandweer – delen daarin over de provinciegrens heen dezelfde informatie met alle raden; de ‘oranje kolom’ en ‘witte kolom’ – bevolkingszorg, GGD – geven extra informatie voor het eigen verzorgingsgebied. Dat is ook logisch: die informatie is meer regionaal van aard, ook al wordt er goed samengewerkt.”

Bestuurlijk overleg

“Ik neem deel aan het dagelijks bestuurlijk coördinatieoverleg, samen met de twee voorzitters van de veiligheidsregio’s, operationeel leider Regionaal Operationeel Team (ROT) en mijn mededirecteur van de veiligheidsdirectie. Hier worden de strategische zaken van de coronacrisis besproken. Welke voorbeelden werken in welke regio? Tegen welke problemen loop je aan en hoe kunnen we helpen? Zijn er materialen over ergens? Hoe kunnen we leren van elkaars ervaringen? De samenwerking loopt goed, dat durf ik ronduit te stellen. Ons overleg heeft de vorm van een open gesprek: waar loop je tegenaan, wat helpt hier en kan daar ook helpen? Dat heeft echt meerwaarde.” Het ROT zorgt voor coördinatie van alle activiteiten in onze verzorgingsgebieden tijdens de crisis; vanuit de veiligheidsdirectie vindt de overige afstemming plaats.”

Fase van vooruit denken

“We komen uit de eerste fase van deze crisis. De eerste fase was erop gericht de organisatie op te zetten en in te regelen, en een goede wettelijke verankering met onder meer de noodverordeningen. Er zijn maatregelen landelijk afgekondigd en ook nog eens verlengd. Die zijn inmiddels ook door de voorzitters van de veiligheidsregio’s naar de regio vertaald – sluitingen van markten, aanpassingen op campings, toezicht op pleinen. Nu komen we in de fase terecht dat we vooruit moeten gaan denken. De vraag wordt dan: wat is het maatschappelijk effect van al die maatregelen? De landelijke tendens is bijvoorbeeld dat er meer aandacht komt voor kwetsbare kinderen, voor huiselijk geweld. Hoe zorgen we ervoor dat dat zoveel mogelijk wordt voorkomen? Ander voorbeeld: kwetsbare ouderen – hoe zorgen we ervoor dat die niet in een sociaal isolement terechtkomen? Daarbij speelt een algemeen probleem: nog niet eerder in ons land bleven zo veel mensen zo lang min of meer thuis. Dat gaat psychische en psychosociale gevolgen hebben. Angst, verveling, frustratie: we krijgen zeker te maken met allerlei nevenschade die daardoor ontstaat. Daar moeten we nu al over nadenken.”

Brandweer ingezet voor toezicht

“Ook buiten de reguliere overleggen om heb ik regelmatig contact met de twee coördinerende gemeentesecretarissen – die van Huizen en die van Almere. Zij zijn het schakelpunt voor de acties binnen de gemeenten en informatie naar raden en colleges. Een van de gespreksonderwerpen die nu speelt is het tekort aan boa’s in onze regio’s – buitengewone opsporingsambtenaren. Hoe gaan we daarmee om, gezien de druk op onze gemeenten om toe te zien op naleving van de richtlijnen aan de ene kant, en het risico op toenemend verzuim aan de andere kant? Het is denkbaar dat mensen vanuit brandweer als toezichthouders gaan optreden.”

Goed oppakken doorstart

“Veel overleg gaat over zaken die niet direct meer met veiligheid of gezondheid te maken hebben – die thema’s worden goed opgepakt, dat is het voordeel van een goed geoliede organisatie. Met welke maatschappelijke problemen krijgen we te maken nu de hele economie stil komt te liggen? We willen zorgen dat de doorstart, die toch al lastig wordt, goed opgepakt wordt. Het gaat elke dag opnieuw over een goede aansluiting van de lokale en regionale overheid op de maatschappelijke effecten van de crisis in onze regio’s.”

Twee grote branden Flevoland

“Er is wel een voordeel voor de brandweer: onze vrijwilligers zijn vrijwel allemaal naar huis gestuurd door hun werkgever. Ik heb in mijn carrière nog nooit zoveel mensen beschikbaar gehad. Maar stel nu dat van al die mensen straks 20, 30, 40 procent uit gaat vallen? Daar moeten we op schakelen. Want het aantal uitrukken neemt geen echte duik, ondanks de rust op de wegen bijvoorbeeld. In maart waren er nog twee grote branden in Flevoland – dat is op zich al alle hens aan dek. We werken nu bijna allemaal thuis. De posten zijn en blijven prima bemand. De aanrijdtijden lijden niet onder de crisis.”

Landelijk overleg

“Ten slotte zit ik ook in het crisisteam van het LOCC – landelijk operationeel coördinatiecentrum – namens de brandweer. Dat landelijke team bekijkt de crisis vanuit landelijk perspectief. Het is de schakel tussen de landelijke adviezen en de knelpunten in de regio’s, bezien vanuit allerlei disciplines – recht en orde, veiligheid, zorg, maatschappelijke impact. In deze club zitten vertegenwoordigers van het rijk, leger, politie, gezondheidszorg, en gemeenten. Het is een regisseursteam. Deze club geeft de landelijke behoeften aan in de verschillende organisaties, en kijkt wat er nodig is, mochten bepaalde onderdelen kampen met tekorten aan mensen of middelen. Landelijk speelt voor de brandweer de vraag hoe we om moeten gaan met het toepassen van wettelijke eisen voor brandweermensen in crisistijd en hoe we komen tot landelijke regelingen. Moeten onze chauffeurs van de brandweerwagens bijvoorbeeld tijdens de crisis alsnog regelmatig gekeurd worden, nu keuringen niet doorgaan? Zonder keuring kan het zijn dat het CBR de rijbewijzen intrekt – dat kan en mag niet gebeuren. Zoiets moet echt landelijk opgepakt worden. We kijken op landelijk niveau naar de mogelijkheid van uitzonderingen voor vitale beroepsbeoefenaars zoals hulpverleners.”

Terug