Commandant van brandweerkorpsen Gooi en Vechtstreek en Flevoland John van der Zwan (JvdZ) en directeur GGD Flevoland Cees Verdam (CV) zijn de operationele trekkers van de samenwerking tussen de twee veiligheidsregio’s. Een gesprek over nut en noodzaak van de samenwerkingsovereenkomst: “‘Hullie zullie’ – dat is niet meer aan de orde.”

Wat regelt de overeenkomst?

CV: “Alleen ga je sneller, maar met elkaar kom je verder, dat is het idee.”

JvdZ: “De veranderende omgeving vraagt van ons dat we dingen bewuster doen en kostenefficiënter. Van de verschillende kolommen – brandweer, bevolkingszorg, en geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio – verwachten gemeenten dat we bovenregionaal samenwerken. Het is de formele bekrachtiging van onze verloving, zou je kunnen zeggen. Juridisch hebben we zo’n papiertje nodig, bijvoorbeeld om geld te besparen op de btw-afdracht aan elkaar als we diensten bij elkaar inhuren. Verder regelen we allerlei juridische zaken. Dat klinkt misschien niet sexy, maar het is wat we nodig hebben om onze samenwerking echt handen en voeten te geven.”

CV: “Deze overeenkomst is een van de meest lichte juridische vormen. Het biedt de organisaties voldoende ruimte om zich inhoudelijk te ontwikkelen in de prettige wetenschap dat gezamenlijke taken samen kunnen worden opgepakt. Het is prettig om elkaars kennis te gebruiken, vanuit de eigenheid van de twee verzorgingsgebieden. Gooi en Vechtstreek tellen allerlei oude kernen, terwijl de oudste boom in Almere net veertig jaar is. Maar overal worden branden geblust, zieke mensen van straat gehaald, nuttige gegevens verzameld over ziektebeelden en veiligheidsrisico’s.”

Werken de twee veiligheidsregio’s al niet samen?

JvdZ: “Zeker, al jaren. Vanaf 2014 hebben we al één gezamenlijke organisatie Bevolkingszorg, die namens de beide coördinerend gemeentesecretarissen geleid wordt door één directeur Bevolkingszorg voor beide regio’s. De beide veiligheidsbesturen hebben ook samen het organisatieplan voor Bevolkingszorg vastgesteld. Alle kolommen draaien al een aantal jaar gezamenlijk piketdiensten en vangen zo onderbezetting prima op. We delen ook al langer een meldkamer. In 2018 is bestuurlijk gekozen om één persoon op de twee brandweerkorpsen te zetten – dat maakt samenwerking tussen de organisaties eenvoudiger. Daarbij is de inhoud van alle werkzaamheden leidend: waar kunnen we van elkaar leren? Waar helpt het als we samen taken oppakken? Zo werken we aan één ict-omgeving waarbij GGD en veiligheidsorganisaties informatie kunnen delen. Er is een avg-medewerker, die toeziet op de privacy, voor beide organisaties, en een juridische afdeling.”

CV: “Datamanagement wordt steeds belangrijker als het gaat om gezondheid en veiligheid. Daarbij speelt de nieuwe Omgevingswet, die in 2021 ingaat, een belangrijke rol. Met die wet bundelt de overheid alle regels voor ruimtelijke projecten. Data over al die projecten worden gekoppeld – en daarbij worden veiligheids- en gezondheidsaspecten integraal meegenomen. Je moet je voorstellen dat het straks gemakkelijker wordt om sneller op te treden als we historische gegevens over ziektebeelden of branden inzichtelijk kunnen maken en met elkaar kunnen delen. Gemeentes verwachten eenduidige adviezen over veiligheid en gezondheid, op maat gemaakt per gemeente. Een mooi gevolg van onze samenwerking is straks dat we nabijheid kunnen leveren op onze advisering, vanuit opgebouwde kennis uit twee regio’s.”

JvdZ: “Een mooi voorbeeld van onze gezamenlijke kracht: toen het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad in 2018 omviel en patiënten met spoed moesten verhuizen, werkten de regionale ambulancevervoerders vanaf seconde één intensief samen. En toen Brandweer Flevoland en Gooi en Vechtstreek een oproepje plaatsten op het personeelsnetwerk over assistentie, stonden binnen een mum van tijd meer dan 150 brandweerlieden paraat. Ik wil maar zeggen: als je samen problemen kunt definiëren en elkaar blindelings weet te vinden bij het oplossen daarvan, komt dat hulp volstrekt ten goede.”

Wat betekent zulke samenwerking voor inwoners? Wat merken die ervan?

CV: “De samenwerkingsovereenkomst is ons boterbriefje. Intern heeft dat allerlei voordelen. Zo zullen we elkaar gaan adviseren op de Omgevingswet vanuit onze verschillende disciplines – maar wel op elkaar afgestemd, als één organisatie. Maar zichtbare samenwerking krijgt vooral vorm in de praktijk. Voorbeeld? Het kan levensreddend zijn als bij een reanimatie niet alleen ambulances, maar ook brandweerwagens uitrukken. Dat scheelt hoe dan ook aanrijdtijd.”

JvdZ: “Onze twee regio’s zijn afzonderlijk te klein om alle taken goed te doen. Sommige afdelingen tellen per regio maar één specialist, dat worden er nu twee, of meer. In algemene zin groeit ons potentieel: het aantal beschikbare ambulances, brandweerwagens, hulpvoertuigen. Als er een calamiteit plaatsvindt in Almere, zijn nu ook voertuigen uit, zeg, Muiderberg inzetbaar, dat was anders. Behalve snelle en adequate hulp ter plekke, worden we door de overeenkomst ook zichtbaarder voor onze opdrachtgevers, de twaalf gemeentes in de regio’s. Daar gaan raadsleden en bestuurders ook de praktische vertaling merken van hun voorbereidende en sturende werk dat tot de samenwerkingsovereenkomst heeft geleid. Zorg en veiligheid zijn mooie onderwerpen om op hoog niveau te bespreken, maar het gaat uiteindelijk om veiligheid om de hoek, in jouw wijk.”

Met de samenwerking wordt niet alleen de kwaliteit van de dienstverlening vergroot en de financiële kwetsbaarheid verkleind, maar ook gekeken naar de kosten. Vaak hoor je dat samenwerking betekent dat er banen op de tocht komen te staan.

JvdZ: “Daar kan ik heel duidelijk over zijn: de samenwerking levert geen gedwongen ontslagen op. Zeker binnen de huidige arbeidsmarkt merken we dat we op cruciale functies lastig mensen binnenkrijgen. We hebben kortom alle mensen hard nodig. Onze aandacht zit hem er vooral in hoe we talent en kracht aan ons kunnen blijven verbinden. Door het opzetten van een talentenpool, bijvoorbeeld, en allerlei vakinhoudelijke trainingen en cursussen.”

CV: “Aanvullend: de samenwerking is geen reorganisatie, maar een versterking van alle betrokken organisaties. In de overeenkomst gaat het over ‘minder meerkosten’. We kunnen kosten besparen door dingen slim te combineren: inkoop van materieel, boekhouding, digitalisering. Maar onze mensen hebben we keihard nodig.”

Hoe gaat het vanaf nu verder?

JvdZ: “Ik merk nu al dat medewerkers met elkaar aan het sparren zijn: hoe kunnen we ons werk samen goed inrichten? Wat kunnen we van elkaars regio, van elkaars achtergrond leren? Samenwerken betekent ook: iets opgeven van jezelf. Het is een leerproces. We zijn er dan ook blij mee dat er geen druk op de ketel staat, geen fusieverplichting is, geen harde deadline. Leer eerst je partner maar eens goed kennen, zeggen we intern, voordat je gaat samenwonen.

CV: “We merken een positieve ‘vibe’ door het tempo dat we aanhouden: wel vooruit, maar zonder knoet erover. Dat brengt het beste van de diensten naar boven. De meer dan 1.000 mensen bij alle diensten kennen een grote overlap in karakter, instelling en mentaliteit: helpen, handelend optreden, het verschil maken. 85% van ons werk benaderen we binnen onze organisaties hetzelfde, maar we hebben onszelf lang op die 15% gericht waarin we verschillen. ‘Hullie zullie’ – dat is niet meer aan de orde.”

Terug